Ga direct naar
Inhoud

Race tegen de klok

Soms zou ik willen dat er meer dan zeven dagen in een week en meer dan 24 uren in een etmaal zaten. Dat dit helaas nooit het geval zal zijn, werd mij al vroeg bijgebracht. ‘Tijd en tijdsbesef’ is namelijk een belangrijk domein binnen de kleuterwiskunde. Rekenactiviteiten voor vijfjarigen zijn onder andere gericht op het aanleren van dag en weekritmen. Toch ontstaat écht tijdsbesef pas op het moment dat je teveel in te weinig tijd wil doen en daardoor met de tijd in botsing komt. In pabo-4 komt dit met de regelmaat van de klok voor.

De eerste week na de zomervakantie begreep ik al wat er bedoeld werd met het drukke programma van het laatste pabojaar. In de periode tot de herfstvakantie volgde ik een algemene en een keuzemodule die samen de laatste twee modules van leerlijn 1, de leerlijn van de persoonlijke vorming, vormden. Binnen de keuzemodule sociale wetenschappen schreef ik een scriptie. Verder startte het volle programma van de minor rekenen. Binnen deze gekozen minor moet onder andere een vrije studieruimte worden ingevuld en daarom loop ik nu stage op een school voor speciaal basisonderwijs en hoop ik over twee weken het Duitse rekenonderwijs te onderzoeken in de werkweek. In de resterende weken tot de kerstvakantie moet er, naast het afronden van de minor, een tweede scriptie worden geschreven.

Mijn ‘race tegen de klok’ loopt tot de kerstvakantie, maar niet voor iedere pabo-4-student is de tijdsdruk zo hoog. Het is namelijk voor een groot deel aan de student hoe hij zijn bezigheden in het laatste pabojaar plant. Als je, zoals in mijn geval, niet kunt wachten op je LIO-stage en begin januari al wil starten in je ‘eigen’ klas op de basisschool, dan zijn de laatste weken van het jaar eigenlijk te kort.

Renske Morée, pabostudent

Labels

«Terug





Snelkoppelingen