Nieuwsbrief
Meld u aan voor onze
digitale nieuwsbrief
Verschil jongens/meisjes
In het eerste jaar van het hoger onderwijs slaag driekwart van de meisjes zonder studiebeurs tegen 66 procent van de jongens. Bij jongeren met een studiebeurs liggen de slaagpercentages tien procent lager.
Sociologen en pedagogen van de universiteiten van Leuven, Gent en Brussel gaan nu uitgebreid onderzoeken waarom jongens blijkbaar minder goed aarden in het schoolse milieu en hoe het onderwijs met zowel jongens als meisjes de beste resultaten kan behalen.
Gespreksstof
Als jongens het spoor bijster zijn, gelooft niemand nog in sprookjes en mooie verhalen. Toch zijn die verhalen het begin van alles! Zo pleit het OESO ervoor om meer voor jonge kinderen voor te lezen, het zou hun latere schoolprestaties bevorderen. En behalve dat schept het lezen een wijde innerlijke wereld waaruit levenslang kan worden geput en die voor ouders en kinderen een aanknopingspunt kan vormen wanneer de communicatie tijdens de puberteit misschien struikelt.
Samen lezen beter dan spelen
Vijftienjarigen van wie de ouders tijdens de basisschoolleeftijd met hen boeken lazen, iedere dag of minstens eenmaal per week, scoren aanzienlijk beter in de PISA-tests (PISA staat voor 'Program for International Student Assessment') dan kinderen waarbij dit zelden of nooit gebeurde. Wanneer de ouders gewoon met hun kinderen hadden gespeeld, beïnvloedde dit de schooluitslagen niet in dezelfde zin. Dit resultaat staat los van de socio-economische achtergrond van het gezin.
De vijftienjarigen zelf zouden er veel aan hebben wanneer ouders met hen praten over politiek, de socio-economische omgeving en cultuur want ook boeken, muziek en films vormen gespreksstof. Opgroeiende kinderen die regelmatig inhoudelijke gesprekken met hun ouders voeren, zouden betere schoolse resultaten behalen dan kinderen van gezinnen waarin dat niet gebeurt.
Oplossing
Het OESO pleit ervoor dat ouders meer betrokkenheid bij de bezigheden van hun kinderen zouden laten zien (…) en stelt nu dat ouders niet onbegrensd veel tijd moeten hebben om hun kinderen effectief meer kansen te bieden, gewoon een verhaaltje vertellen, voorlezen en vragen hoe hun dag was en waarmee ze bezig zijn, zo simpel is dat. Bij grotere kinderen is het goed om belangstellend te luisteren naar wat zij in te brengen hebben.
De Nederlandse minister van Onderwijs Marja van Bijsterveldt ging alvast op de OESO-resultaten in. Slechts een derde van de ouders helpt zijn kinderen bij het huiswerk en een op twee leest voor tijdens de basisschoolleeftijd. Te weinig, klaagt Van Bijsterveldt.
Het is weer eens opnieuw bewezen: lezen en over de tekst in gesprek gaan kàn niet overschat worden.
Bron: www.6minutes.be, 14-12-2011. (Ingekort).
