Lesje kerkgeschiedenis
Meester…!
“Willen jullie die kerkgeschiedenis les vanmiddag geven?” Die vraag stelde de directeur van mijn stageschool de vorige stageperiode aan mij en mijn duostagiair. De juf die de betreffende middag eigenlijk voor de klas zou staan, was ziek naar huis gegaan. De directeur had nu de keuze, of ons voor de leeuwen te gooien, of de klas naar huis te sturen. Hij koos voor het eerste. En dat heb ik geweten.
Het was pauze, en de kinderen waren nog buiten aan het spelen. We hadden nog een kwartier om de lessen van vanmiddag voor te bereiden. Dat was een taalles, wat stil-lezen en tenslotte een kerkgeschiedenisles over Athanasius. Nu lees ik niet heel vaak Athanasius dus ik had mijn tijd hard nodig om de kinderen straks wat te kunnen vertellen.
“Goeie vraag”
Na de pauze kwamen de kinderen binnen. Het was geen hele gemakkelijke klas, er waren er twee met ADHD en het was daarom ook een vrij drukke klas. Toch ging het best heel redelijk, mijn duostagiair had de taalles gedaan, de kinderen hadden inderdaad stil(!) gelezen, en nu was het mijn beurt met Athanasius. Ik vertelde de kinderen kort wat over zijn werk en leven, en zette ze zelfstandig aan het werk. Hierna evalueerden we de antwoorden met de klas. Ik dacht al, een geslaagde middag, toen Matthieu, een soms wat ongeïnteresseerd overkomende leerling nog een vraag door de klas riep: “Meester, leefde Athanasius nou eigenlijk 300 voor, of 300 na Christus?” Het werd doodstil in de klas, en iedereen keek mij aan. En ik had geen idee. Kuchend probeerde ik in het tekstboek te kijken, toen riep ik maar “300 voor Christus” want dat leek mij het veiligst. Ik moest het rechtzetten, want het was 300 na Christus, en 600 jaar is een hoop als je er naast zit met een kerkgeschiedenisles. “Goeie vraag he,” grijnsde Matthieu. Aarzelend stak ik mijn duim omhoog.
Op naar de volgende
Als meester denk je soms overal een antwoord op te moeten hebben. Op de pabo leer je dat je op zo’n moment beter kunt zeggen: “Ik zal het even voor je opzoeken,” in plaats zomaar wat te roepen of een uitvlucht te verzinnen. De kinderen accepteren dat wel.
Na de les kwam er een leerling naar met toe:
“Het was een gave les meester!” Zo’n reactie weegt voor mij uiteindelijk ruim op tegen een slecht beantwoorde vraag. Op naar de volgende stageperiode!
Joël van Kralingen, pabostudent
- Labels


