Ga direct naar
Inhoud

Hoe legitiem is christelijk onderwijs?

dinsdag 12 januari 2010 12:02 Over een nieuwe pedagogische taak

 

Hoe legitiem is christelijk onderwijs?

  

dr. Jos de Kock

studieleider master Leren & Innoveren

 

Naar aanleiding van:

Vermeer, P. (2009). Denominational schools and the (religious) socialisation of youths: a changing relationship. British Journal of Religious Education, 31(3), 201-211.

 

Paul Vermeer, theoloog aan de Radboud Universiteit Nijmegen, publiceerde eind vorig jaar in de Britisch Journal of Religious Education een reflectie op de legitimiteit van bijzonder onderwijs in het Nederland van begin 21e eeuw. Geen reflectie op artikel 23 maar een analyse van socialisatie en de goede papieren die het bijzonder onderwijs daarvoor heeft. Vermeer analyseert de problematiek goed; zijn oplossingsrichting mist echter scherpte. In deze bijdrage hoop ik de scherpte terug te brengen: christelijk onderwijs heeft behoefte aan een levende en betekenisvolle gemeenschap van docenten die een religieuze traditie present stelt voor jongeren.

Legitiem

“People either stick to the denomination they were brought up in or cease to be church members altogether” (p. 201). Zo zet Vermeer zijn betoog in. Hij wijst op het aanzienlijke aandeel dat de primaire socialisatie van jongeren in het gezin heeft in de geloofsopvoeding. De secondaire socialisatie in school en kerkelijke gemeenschap kan hieraan ondersteunend zijn. Kerk, school en gezin zijn in de 21e eeuw echter niet langer meer vanzelfsprekend partners in de religieuze socialisatie van jongeren. En voor christelijke scholen geldt dat deze in toenemende mate bevolkt worden door niet of anders gelovige docenten en leerlingen. Op christelijke scholen zitten dus ook relatief steeds minder jongeren waarvan de ouders een christelijke geloofsopvoeding voorstaan. Vermeer werpt de vraag op of het christelijk onderwijs tegen deze achtergrond nog een legitieme plaats heeft in het Nederlandse onderwijsbestel.

Vermeer beantwoordt deze vraag bevestigend en maakt daarvoor een onderscheid in twee opvattingen van socialisatie. De traditionele opvatting van socialisatie (Durkheim) is overdrachtsgericht. Ten aanzien van religieuze socialisatie gaat het dan om geloofsoverdracht. Een moderne opvatting van socialisatie is dat opvoeders een bijdrage leveren aan de persoonlijke identiteitsvorming van jongeren. Vanuit de traditionele opvatting van socialisatie gedacht verliest christelijk onderwijs zijn legitimiteit, zo stelt Vermeer. Maar vanuit een moderne conceptie van socialisatie bezien behoudt christelijk onderwijs juist zijn legitimiteit.

Benoemingsbeleid

Dat socialisatie in de ´traditionele opvatting´ steeds minder realiseerbaar is komt volgens Vermeer door het ontstaan van een cultuur waarin samenhangende religieuze kaders waarbinnen jongeren het geloof overgedragen kan worden zijn afgebrokkeld. Bij het verdwijnen van deze samenhangende structuren (zoals die van kerk-gezin-school) kiezen orthodox christelijke scholen volgens Vermeer voor de strategie deze culturele ontwikkeling buiten de deur van de school te houden door bijvoorbeeld een strikt benoemings- en aannamebeleid toe te passen. Voor minder orthodoxe christelijke scholen is deze strategie geen optie omdat de genoemde culture ontwikkeling zich al helemaal binnen de school heeft voltrokken. Stelling van Vermeer is dat het niet alleen onmogelijk is maar ook niet nodig om de ontwikkeling buiten de deur te houden. In eerdere bijdragen heb ik in andere bewoordingen ook betoogd dat dit ´zuildenken´ of het verstevigen van de `triangel´ van gezin, kerk en school mijns inziens niet altijd werkbaar en wenselijk meer is[1].

Verhalen vertellen

In lijn met de moderne variant van socialisatie zou je religieuze socialisatie volgens Vermeer moeten opvatten als persoonlijkheidsontwikkeling; een proces dat een levenlang duurt en waarin je als school kunt participeren. Deze opvatting van socialisatie past beter bij de tijd van nu dan bij de tijd van iemand als Durkheim (1858 – 1917). De hedendaagse samenleving typeert zich in tegenstelling tot zijn tijd als individualistisch en pluralistisch. De `nieuwe´ pedagogische taak voor onderwijsmensen is dan ook `… to help the young to cope with the constant pressure to act on the basis of a unique identity. This pedagogical task constitutes a perfect challenge for denominational schools…` (p. 205). Vermeer hanteert hier een dynamische opvatting van identiteit. Identiteit als activiteit dus.

Benoemen wie je bent, wat je identiteit is, staat dan gelijk aan het vertellen van je levensverhaal en het plot dat er volgens jou in dat verhaal schuilgaat. `Verhalen vertellen´ is dan ook wat er in het onderwijs centraal moet staan als het gaat om identiteitsontwikkeling. Dit verhalen vertellen is zowel een interpretatief proces van de kant van het individu als een proces dat ingekleurd wordt door bepaalde culturele elementen. De school is volgens Vermeer bij uitstek een plek waar culturele bagage kan worden aangedragen die nodig is om het eigen levensverhaal te kunnen vertellen en dus de eigen identiteit te kunnen ontdekken en benoemen. Op deze wijze is de rol van de christelijke school anno 2010 nog niet uitgespeeld. Christelijke scholen zijn bij uitstek plekken waar de religieuze sporen in de culturele bagage kunnen doorgegeven worden. Bovendien is de christelijke school als school in het bijzonder in staat om niet alleen religieuze en meer algemeen culturele bagage aan te dragen maar jongeren ook te helpen deze bagage van nieuwe betekenissen te voorzien in de huidige tijd.

Authentiek

Tot zover kan ik het betoog van Vermeer volgen. Waar ik hem niet volg is de oplossingsrichting die hij uit deze analyse laat opkomen: `… denominational schools have two important contributions to make. Their religious affiliation not only enables them to introduce their students to a specific body of religio-cultural elements, but as living representatives of a particular religious tradition they also present these elements as meaningful` (p. 207). Voor mij is hier het breekpunt dat voor het slagen van deze oplossingsrichting een levende en betekenisvolle gemeenschap van docenten nodig is die een religieuze traditie present stelt voor jongeren. Levend en betekenisvol betekent ook authentiek. En authentiek gelovige docenten, dat is nu juist waar het christelijk onderwijs er steeds minder van heeft, aldus Vermeer aan het begin van zijn probleemanalyse.

De pijlen van Vermeer richten zich aan het einde van zijn betoog vooral op orthodoxe scholen die volgens hem wel de traditie doorgeven maar jongeren nauwelijks ruimte laten voor de transformatie daarvan naar de tijd van nu. Of dit een juiste observatie is, is een vraag apart. Wat ik vooral mis is een diepere reflectie op het in toenemende mate ontbreken van betekenisvolle anderen waaraan jongeren zich kunnen identificeren in het christelijk onderwijs. ´Anderen´, juist ook uit andere generaties, docenten dus[2]. Opvoeders, die erop gericht zijn “… om inspirerende identificatiefiguren te zijn voor jongeren: zij proberen nadrukkelijk aanwezig te zijn als aanspreekbare en aansprekende christenen waar jongeren zich aan kunnen identificeren”[3].

Orthodox en minder orthodox

Zoals gezegd: Vermeer analyseert de problematiek goed; zijn oplossingsrichting mist echter scherpte. In deze bijdrage heb ik gepoogd wat meer scherpte aan te brengen. De geïndividualiseerde en plurale context daagt de legitimiteit van christelijk onderwijs uit. Niet alleen orthodox christelijke scholen, ook de minder orthodoxe. Voor beide groepen scholen ligt er dezelfde vraag om aanspreekbare en aansprekende docenten. Het hanteren van een traditionele of een moderne opvatting van socialisatie maakt daarin geen verschil.


[1] Zie Inspirator bijdrage ´opvoeder moet identificatiefiguur zijn´ en ´christelijk onderwijs: zuil of netwerk?´

[2] Zoals ik betoogde in de Inspirator bijdrage ´meer gemeenschapszin onder christenjongeren dan verondersteld´

[3] Zie Inspirator bijdrage ´opvoeder moet identificatiefiguur zijn´

«Terug

Share |

Archief > 2010

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari





Snelkoppelingen