Ga direct naar
Inhoud

Calvijn over verantwoordelijkheid en autoriteit in opvoedingssituaties

donderdag 08 januari 2009 11:52 Donderdag 8 januari hield Jan Proos een lezing voor leraren van reformatorische scholen op Urk. In de voordracht spiegelde Jan Proos de opvatting van Calvijn over autoriteit en veranwoordelijkheid in opvoedingssituaties aan die van Rooms-katholieke kerk.

Het begrip autoriteit

Het eerste begrip is autoriteit: volgens Rome is de kerk degene die de interpretatie van de Schrift bepaalt. De Bijbel is weliswaar Gods Woord en heeft als zodanig autoriteit. Rome ziet zichzelf wel als hoedster van de Bijbel en geeft aan hoe de Bijbel geïnterpreteerd moet worden. De Kerk is dan de autoriteit die zich verantwoordelijk weet om deze bijbelse boodschap op de juiste wijze door te geven. Van de leden van de kerk wordt gehoorzaamheid verwacht. Gehoorzaamheid aan de Schrift, maar dat is tegelijk – en in de eerste plaats – gehoorzaamheid aan de Kerk en aan de regels die de geestelijken geven. De Kerk staat dus tussen God en de individuele gelovige in.

Dat is eeuwen het geval geweest in het Europa van de Middeleeuwen. Spannend wordt het als de interpretatie van de Schrift gaat afwijken van wat de Kerk leert. Galilei is daar een voorbeeld van. Hij gaf vanuit zijn wetenschappelijke arbeid aan dat de aarde rond de zon draait en niet andersom. De Roomse kerk had met die opvatting een probleem. Er was geen sprake van een debat tussen geloof en wetenschap. Er was ook geen gesprek over de plaats van een verandering van een wereldbeeld. Cruciaal was dat er een conflict was over de interpretatie van de Schrift. Mag een individueel gelovige (in dit geval een wetenschapper) een eigen interpretatie hebben van de Schrift, die afwijkt van de eigen interpretatie? Het antwoord was duidelijk: nee.

Calvijn heeft heel goed begrepen dat de autoriteit van de Schrift niet bij de Roomse kerk mag liggen. Hij plaatst de gelovige rechtstreeks onder het gezag van de Schrift en schuift de laag van de kerk weg. Het gaat hem niet om het gezag van de kerk en de ambten weg te zetten, maar over de autoriteit van de Schrift voor iedere hoorder. De Bijbel heeft gezag in zichzelf en iedere lezer kan deze Bijbel lezen en uitleggen voor zijn eigen leven. De Geest van God zorgt ervoor dat de levende stem van God rechtstreeks komt vanuit de Schrift en dat geeft gezag en autoriteit voor het hele leven.

Het benadrukken van de autoriteit van de Schrift is het vernieuwende van de Reformatie. Luther en Calvijn hebben telkens erop gewezen dat ze geen nieuwe leer wilden brengen, maar dat ze een voortzetting waren van de aloude christelijke leer. We zien dat in de voorrede van de Institutie en we kunnen dat lezen als een apologie van de leer van de reformatie. Duidelijk is wel dat ze de structuur van de Roomse kerk – en dus van de Roomse leer – tot op de grond van de zaak hebben geanalyseerd en verworpen. Het gaat om het gezag van de Kerk, van concilies en – nog meer – van de Paus. Volgens Calvijn moet alles wat gezegd is door de Kerk en door de Paus getoetst worden aan wat er in de Schrift gezegd wordt. En dan komt de juiste interpretatie van de Schrift naar voren. Calvijn wilde de interpretatie niet binden aan de Kerk, maar aan de Schrift zelf. De Schrift krijgt de hoogste autoriteit en niet de Roomse kerk, want die dient ook naar de Schrift te luisteren.

Het begrip verantwoordelijkheid

Het tweede begrip is verantwoordelijkheid. De Rooms-katholieke kerk wil door hun bemiddelende rol de verantwoordelijkheid voor de zaligheid van de gelovigen naar zich toe trokken. Van de wieg tot het graf was de Roomse kerk bij de mensen via de sacramenten. Dit is positief te duiden omdat de Roomse kerk de zorg op zich nam voor hun gelovigen. Dat gaf een gevoel van geborgenheid en stabiliteit. Men hoefde niet alles te weten maar alleen te vertrouwen op de kerk.

Een voorbeeld van die geborgenheid in de Rooms-katholieke kerk is de opvatting over de sacramenten. De Roomse kerk is de kerk die de genade schenkt via de sacramenten. Genade is niet om vergeving te krijgen bij God, maar als instrument om te leven. Individuele verantwoordelijkheid is daarbij altijd afgeleide verantwoordelijkheid. De Kerk bemiddelt in de genade en geeft door wat belangrijk is. Genade gaat via de sacramenten, geloof is niet voorwaarde voor de sacramenten, maar kan daar wel uit opbloeien.

Bij Calvijn heeft de gelovige direct met God via het Woord. Hij is direct verantwoordelijk aan God. Er is sprake van geloof en verantwoordelijkheid aan God Zelf. Dat is voor de gelovigen en voor de gezinnen.

Hoe ziet Calvijn dat nu voor zich? Welke ideeën heeft hij als hij zijn gemeente voor zich ziet? Wat zou hij graag de mensen mee willen geven? Hoe zou het leven eruit zien als ze zich als gemeente en als gezin direct stellen onder het gezag van de Schrift? Het is mogelijk hier iets over af te leiden uit een preek over het vijfde gebod die hij gehouden heeft in Geneve. De behandeling van het vijfde gebod staat in het kader van de heiliging van het leven. De Tien Geboden zijn verdeeld in twee tafels en de tweede tafel wordt nauw verbonden met de eerste tafel. Als het in de eerste tafel gaat over het aanbidden van de ene ware God, dan gaat het in de tweede tafel over de geboden waaraan wij kunnen toetsen of wij de ene ware God aanbidden. Er is dus niet sprake van twee losse tafels, maar de hele wet, alle geboden, zijn erop gericht God te gehoorzamen. Voor het vijfde gebod betekent het dat wij God dienen als wij onze ouders gehoorzamen. Andersom Onze ouders – en overheden – is een onderdeel van het dienen van God. Je kunt het vijfde gebod dus niet los verkrijgen. Opvoeding en gehoorzaamheid is een onderdeel van de godsvrucht.

Hoe ziet Calvijn deze gehoorzaamheid aan de ouders nu voor zich? Allereerst maakt hij de kring rond de ouders breder. Het zijn niet alleen de ouders die gehoorzaamd moeten worden, maar allen die over ons gesteld zijn.

Het begrip ‘eren’ legt Calvijn uit als ‘onderdanig zijn’, ‘zich vernederen’ . Hij weet ook dat mensen dit onderdanig zijn alleen voor de vorm doen, maar niet vanuit hun hart. Calvijn zegt dan ook dat dit eren niet alleen de muts afnemen is, maar veelmeer de raad opvolgen en doen wat er van hen gevraagd wordt. Zijn stelling is dat wie de ouders niet gehoorzaamt, eigenlijk God verwerpt. Calvijn wil die gehoorzaamheid doortrekken naar de hele maatschappij, anders dreigt er een verschrikkelijke verwarring. Calvijn voegt bij dit ‘onderdanig zijn’ nog meer begrippen toe: nederig zijn, bescheiden. Hij zegt dat wij vaak te hoge gedachten hebben van onszelf.

Zijn de opvoeders dan zonder gebreken? Nee, hij erkent dat de opvoeders ook vol gebreken zijn, maar we moeten de meerderen nemen zoals ze zijn en hij wil niet dat kinderen de vaders berispen. Dat past niet en is niet overeenkomstig de gedachte aan het vijfde gebod. Calvijn ziet dus dit ‘eren van vader en moeder’ in theologisch perspectief. God moet boven alles geëerd en de overheden moeten gehoorzaamd worden. Het is een gehoorzamen in de Heere, want God wordt in hun persoon vertegenwoordigd.

Calvijn heeft zijn ogen in de stad Geneve goed de kost gegeven en weet wel wat er speelt in de gezinnen. Hij wordt in deze preek het vervolg van zijn preek meer praktisch naar de opvoedingssituatie toe. Hij wekt de vaders op om de kinderen zorgvuldig te onderwijzen en hij weet dat de moeders daar ook een grote rol in hebben. Hij ziet dat er vaders zien die hun kinderen opvoeden voor de wereld. Er wordt gezorgd voor een goede opvoeding om vooruit te komen in deze wereld, maar God wordt er buiten gehouden. Er is in hun visie blijkbaar een scheiding tussen het natuurlijke en het geestelijke.

Kinderen waren in die tijd niet wezenlijk anders dan kinderen voor nu. Calvijn waarschuwt de kinderen dat ze niet verwaand moeten zijn. Blijkbaar verbeelden kinderen zich soms dat ze het beter weten dan hun ouders en die over hen gesteld zijn. De kinderen mogen ook niet toornig zijn als hun vader te streng is. Calvijn heeft er blijkbaar weet van dat de ouders zich soms te buiten gaan in drift of buitensporige eisen. Hij zegt dan in de preek dat de vaders met zachtheid moeten regeren. Daar zit een stuk evenwicht in die weldadig aandoet. Autoriteit is niet zonder gevoel. In een preek over Job 32 geeft Calvijn aan dat bestraffing van kinderen niet rigoureus en gevoelloos mag zijn, niet in al te grote hevigheid. Volgens hem moeten ouders een houding hebben van deernis of medelijden, vanwege de zonde die we ontdekken in hun. Een zekere zelfkennis is nodig, we moeten als ouders onze eigen zwakheden goed leren kennen. Als ouders – en hier lees ik ook de andere opvoeders – moet het ons pijn doen wanneer we streng moeten zijn. Als een vader tegen zijn eigen kinderen soms veel scherpere woorden gebruikt dan hij tegenover een vreemde ooit zal gebruiken, dan bloedt toch het hart van zo’n vader. Gehoorzaamheid is nodig, maar het mag geen tirannie worden.

Tot slot

Ik geef nog een citaat: ‘Laten we er dus op letten dat iemand nooit geschikt zal zijn om te onderwijzen, als hij niet met een vaderlijke liefde bekleed zal zijn, en dat hij in de eerste plaats zijn zwakheden gekend heeft om zich te schikken tot zulk een medelijden, dat hij deernis heeft met al degenen waarmee hij te doen heeft.’

«Terug

Share |

Archief > 2012

mei

april

maart

februari

januari





Snelkoppelingen