'We kunnen onze kinderen niet in, maar wel naar Jezus brengen'
Godsdienstonderwijs onder spanning
‘In het godsdienstonderwijs staat de godsdienstige vorming van de leerlingen centraal. Daarbij gaat het om het meest wezenlijke van het mens-zijn. Het gaat niet alleen om het horen en lezen van Gods Woord, maar vooral ook om het geloven van Zijn Woord. Wij geven Gods Woord door aan de kinderen (Deut. 6: 6 en 7). Het doel daarvan is dat de kinderen hun hoop op God stellen, Zijn daden niet vergeten maar Zijn geboden bewaren (Ps. 78:7). Dus het gaat erom dat kinderen tot geloof in Christus, de Zoon van God, komen (Joh. 20:31)’.
Dit en veel meer is te lezen in het recent verschenen boek Leren uit het Woord – Basisboek bij het godsdienstonderwijs vanuit reformatorisch perspectief. Het godsdienstonderwijs staat onder spanning, zo geven Polinder en Proos aan. ‘We nemen afstand van de gedachte dat elk gedoopt kind als wedergeboren moet worden gezien en dat de godsdienstige opvoeding en vorming dus een proces van ontwikkeling van de reeds aanwezige geloofskern is. Maar we moeten ook niet vervallen in de tegenovergestelde gedachte, namelijk dat er onder de leerlingen geen kinderen zijn die de Heere al liefhebben’. Polinder: 'In de lessen benadrukken we voortdurend dat het ook voor onze studenten belangrijk is dat ze Bijbelonderwijs geven vanuit een levende verbondenheid met de Heere. Dat brengt ook hen onder spanning. Kortgeleden kwam er een student naar me toe. ‘Mijnheer, ik voel mee een huichelaar’, zo bekende ze. Dan stel je de vervolgvraag: ‘Wat doe je daar mee? En waar brengt dit jou?’
Koperen slang
Die spanning wordt merkbaar gevoeld op het moment dat nagedacht wordt over het Bijbelverhaal en de toepassing daarbij. Polinder denkt met zijn studenten na over de toepassing op de Bijbelvertelling in het vakdidactische atelier. ‘We hebben hier kennisgemaakt met Mozes die in opdracht van God een koperen slang moest oprichten. Na ons verdiept te hebben in deze geschiedenis, denken we na over de boodschap die vanuit dit Schriftgedeelte tot ons en de kinderen komt. Het gaat dan om het toespitsen van het Bijbelverhaal op het hart van de kinderen van nu. Mozes moest in opdracht van God de Israëlieten oproepen naar de koperen slang te kijken. Hoe zou hij dit hebben gedaan? In wensende zin? Zo van: vraag er maar veel om….? Bij Mozes is het een kwestie van leven en dood geweest. Daarom riep hij op: ‘Mensen, als je naar deze slang kijkt, zul je genezen worden! Kijk dan toch!’ En moet dat ook niet doorklinken in onze Bijbelvertelling en in onze toepassing?’
Het geeft opnieuw de spanning aan, ook in de opleiding. ‘Zonde, verlorenheid en de noodzaak van wedergeboorte, geloof en bekering moeten doorklinken in onze vertellingen’, zo vinden de godsdienstdocenten. ‘Maar eveneens de oproep tot geloof en bekering. Als dit ontbreekt, mis je een reformatorische component. De Dordtse Leerregels spreken immers ook over het verkondigen van de belofte van het Evangelie met bevel tot bekering en geloof. Dat is geheel iets anders dan het leggen van vermogens in de mens. God wil de dwaasheid der prediking gebruiken, zo lezen we’.
Kinderlijk geloof
‘Idealistisch geformuleerd’, zo geeft Polinder aan, ‘is ons doel studenten op te leiden die in verbondenheid met de Heere leven en vanuit die verbondenheid voor de klas staan. Maar ook dat zij op een goede manier Bijbelonderwijs geven en zo een middel mogen zijn om de kinderen tot de Heere Jezus te leiden. Hierbij gaat het ons om de vorming van de persoon van de leerkracht maar ook om de boodschap van Gods Woord op een zo goed mogelijke wijze door te geven’.
‘Jezus zegt dat wij gelijk dienen te worden aan een kind. In die zin kun je niet spreken over “kinderlijk” geloof, zo meent Proos. ‘We proberen onze studenten het besef bij te brengen dat er ook in hun klas kinderen kunnen zijn die de Heere vrezen. Dat betekent dat er ook voedsel moet zijn voor deze kinderen. Als het goed is kun je het aan deze kinderen merken. Ze zijn bezig met de dingen van de eeuwigheid of de zonde die ze doen. Daarom hebben we ook aandacht voor de godsdienstige ontwikkeling van kinderen. Kinderen beleven dingen soms anders dan volwassenen’.
Tabernakel
Het boek Leren uit het Woord vervangt het eerder uitgebrachte boek Bijbelonderwijs in reformatorisch perspectief, destijds samengesteld door de heren Kole en Proos. In dit boek werden allerlei stencils samengevoegd die gebruikt werden in de vakgroep Godsdienst door (oud)-docenten godsdienst als J. Segers, G.D. Pas en P. Cammeraat. In Leren uit het Woord zijn veel onderdelen uit het eerder verschenen boek overgenomen, maar zijn ook nieuwe hoofdstukken toegevoegd. ‘De ontwikkelingen binnen ons instituut staan niet stil’. Uitgaven als Essenties van christelijk leraarschap en Hoor het Woord vragen om aanvullingen. Toegevoegd zijn tevens een aantal hoofdstukken die ingaan op het didactisch concept. Proos: ‘Binnen de hogeschool wordt gewerkt met het concept Onderwijs Ontwerpen. Dit concept kent drie componenten: leerstof, leerling en leefwereld. Dit model blijkt heel toepasbaar op het Bijbelonderwijs. Stond een aantal jaren geleden voornamelijk de leerstof centraal en konden de leerlingen reageren door het opgeven van een versje, nu is er meer aandacht voor het zoeken naar aansluiting bij de leefwereld van de kinderen. De Bijbel is en blijft het principiële uitgangspunt, maar er is meer aandacht voor wat het met het kind doet’.
En dat is goed, zo vindt ook Polinder: ‘Het geestelijk leven is geen eiland. De Bijbel is ook voor de kinderen relevant met betrekking tot het leven van alle dag. Het heeft alles te maken met hun leefwereld, de wereld waarin ook zij staan’. De beide docenten vinden niet dat deze manier van werken zorgt voor het overdragen van minder kennis dan voorheen. ‘Er worden meer gesprekken gevoerd met de kinderen. En de integratie van hoofd, hart en handen krijgt meer aandacht. Maar in tegenstelling tot vroeger leren bijvoorbeeld de kleuters nu al af en toe een Bijbeltekst uit het hoofd. Zo vul je de geest van het kind, waarbij we hopen dat het ook zijn uitwerking heeft’.
Een ander didactisch concept heet exemplarisch onderwijs. Ook dit wordt voor zover mogelijk toegepast op het godsdienstonderwijs. Zo is Polinder bezig met het ontwikkelen van een exempel over Calvijn. ‘Kerkgeschiedenis leent zich wat makkelijker voor het exemplarisch behandelen van de lesstof dan Bijbelse geschiedenis, al zou je bijvoorbeeld rond een onderwerp als de tabernakel heel goed exemplarisch kunnen werken. Zet een maquette van de tabernakel in de klas, ga er met de kinderen in een kring omheen zitten, laat ze maar verwoorden wat ze zien, laat ze vragen stellen. Op die manier kun je prachtige bijbelse lijnen trekken, met name ook als je de Hebreeen-brief in de bovenbouw erbij betreft’.
Twee woorden
Er lijkt meer en meer aandacht te komen voor het thema geloofsontwikkeling en geloofsgroei. Ook binnen het behoudend protestants-christelijk en reformatorisch onderwijs. Zo verscheen enkele maanden geleden het boekje Kinderen leren geloven van C. Vreugdenhil waarin sterk de nadruk gelegd wordt op geloofsgroei en stimulering van het geloof dat in de kiem reeds aanwezig is. De docenten herkennen deze tendens. ‘Het gevaar is dat er te automatisch wordt uitgegaan van een aanwezige geloofskern in alle kinderen die alleen maar tot ontwikkeling moet komen. Onze uitgangspositie is anders. Geloven is geen natuurlijke aanleg van kinderen. Daarvoor is een wonder van God nodig, Die dat door het Woord als het zaad van de wedergeboorte wil werken. Daarvoor wil Hij de godsdienstige opvoeding gebruiken. En als opvoeder kijk je toch verwachtingsvol uit naar de vrucht?’
Proos: ‘Er is in onze kringen sprake van vrees voor het begrip geloofsopvoeding. Dat probeer ik in de les ook bespreekbaar te maken. Bijvoorbeeld aan de hand van Psalm 78, waar we lezen dat de kinderen hun hoop op God zouden stellen. Godsdienstige opvoeding heeft toch ten diepste de hoop dat kinderen het ware geloof krijgen door Gods Geest’. In de lessen levert dit thema geen verwijdering op tussen studenten, ondanks de verschillen die er zijn. ‘Er is veel begripsverwarring en onbegrip in de gereformeerde gezindte, ook omdat we niet doorvragen en naar elkaar luisteren’.
Spreken met twee woorden is in deze van belang. Dat geldt ook voor het spreken over een ander kernwoord, namelijk het verbond. ‘Wat heeft het verbond voor betekenis voor je vertelling?’, zo vraagt Polinder zijn studenten. ‘Hoe komt het terug in je toepassing?’ ‘Het genadeverbond is een eenzijdig verbond in zijn oprichting’, vat Proos samen. ‘God werkt het uit. Hij trekt. Hij is soeverein in Zijn handelen. Maar het verbond is tweezijdig in zijn functioneren. En het moet mogelijk zijn hier over te spreken. Je moet elkaar willen verstaan. Het rijke vind ik dat God datgene wat Hij van jou vraagt ook wil geven’.
Ernst van de eeuwigheid
Proos en Polinder maken zich zorgen over het gebrek aan kennis van de gereformeerde belijdenis onder jongeren. ‘Onze jongeren weten nauwelijks meer wat er in de belijdenisgeschriften staat. Daarom behandelen we deze geschriften ook in de lessen. Vooraf vinden studenten het stoffig en moeilijk. Maar nadien zijn ze veelal enthousiast en willen ze meer weten’. ‘Hoe dat komt?’ ‘We kruipen door de soms moeilijke taal heen en we proberen de leerlingen te laten ervaren dat de inhoud ervan met hen te maken heeft. Neem bijvoorbeeld de vraag uit zondag 23 van de Heidelbergse Catechismus: Hoe ben je rechtvaardig voor God? Dat kan heel dichtbij komen’.
Godsdienstonderwijs is niet vrijblijvend. Integendeel. ‘Oud-collega Segers benadrukte de ernst van het bijbelonderwijs’, zo heeft Polinder horen vertellen. ‘Hij drukte de studenten op het hart het Bijbelverhaal zo te vertellen, dat – stel dat het kind vandaag zou sterven - je alles verteld hebt. Het is een kwestie van leven en dood. Als je dat zelf hebt ervaren dan kan het niet anders of je voelt een enorme verantwoordelijkheid. In je vertelling, in je gebed voor de leerlingen, in je voorbereiding op het Bijbelverhaal. Dan drukt de ernst van de eeuwigheid’. Proos: ‘Ds. Fraanje zei het zo: we kunnen de kinderen niet in Jezus brengen, maar wel tot Jezus’.
DRS Magazine | Dick Both en Michel Vaders | januari 2009
Archief > 2012
mei
- 22-05-12 - Heb jij in het internaat van Driestar gezeten?
- 16-05-12 - Keuzegids Masters 2012 positief over master Leren en innoveren
- 15-05-12 - Studieroute 'Samen Opleiden' een feit
- 08-05-12 - Succesvolle studiereizen naar Engeland met docenten en studenten
- 08-05-12 - Het elkaar niet kennen is basis voor discriminatie
april
- 26-04-12 - Studiereis voor leerkrachten naar Maidstone
- 25-04-12 - Engels in het MBO
- 25-04-12 - Hoe leuk kan een ouderavond zijn
- 24-04-12 - Meesterleraar worden?!
- 24-04-12 - Master Sen: “De opleiding staat heel dicht bij mijn eigen praktijk!"
- 24-04-12 - Master Leren en innoveren helpt leraren in adviesrol
- 23-04-12 - Master Leren en innoveren nu ook voor hbo-docenten
- 23-04-12 - Aanvraag Lerarenbeurs
- 20-04-12 - Vier hogescholen starten nieuwe module Godsdienstige Vorming Openbaar Basisonderwijs
- 18-04-12 - Waarom een lectoraat Engels?
- 17-04-12 - 'Nooit gedacht dat je met dit eenvoudige materiaal aan de Kerndoelen voldoet!'
- 17-04-12 - Lectoraat Engels in Glasgow
- 17-04-12 - Bezoek aan taalconferentie zinvol voor allerlei leidinggevenden
- 16-04-12 - Terugblik symposium 'Identiteit. Meer dan nestgeur?'
- 11-04-12 - You work hard, we work hard
- 11-04-12 - Subsidie voor reformatorische opleidingsschool
- 10-04-12 - Let op: master Leren en innoveren start in september 2012!
- 05-04-12 - Schoolreis voor winnende groep 5/6 van de Eben-Haëzerschool in Tholen
- 02-04-12 - Lerarenbeurs 2012
maart
- 24-03-12 - Terugblik open dag 10 maart 2012
- 19-03-12 - Waar wil de sectie Engels naartoe?
- 19-03-12 - Het onderwijs Engels aan het Calvijn College is in beweging
- 16-03-12 - Is de huidige economische crisis een ethisch probleem?
- 15-03-12 - Lerarenopleidingen op eerste plaats voor Driestar Hogeschool in Keuzegids 2012
- 08-03-12 - VWO’er kan in vier jaar bachelor én master halen op pabo Driestar Hogeschool.
- 01-03-12 - Elke dag oefenen met Engels: www.nubeterengels.nl
- 01-03-12 - Laat het elke dag complimentendag zijn!
- 01-03-12 - Win een van de 15 rekenspellen
februari
- 29-02-12 - Studenten geven rondleidingen aan basisscholen in museum GoudA
- 27-02-12 - Theologen moeten helpen om mensbeeld en opvoeding te verbinden
- 27-02-12 - Impressie seminar persoonlijk leiderschap
- 15-02-12 - Verrassende invulling van cultuureducatie en kunstbeschouwing
- 10-02-12 - De studiedag van het lectoraat Engels herbeleven?
- 03-02-12 - English at the Wegwijzer in Nederhemert
- 02-02-12 - Succesvolle studiedag Engels
- 01-02-12 - Lectoraat Engels presenteert aanbevelingen en interventies
- 01-02-12 - Ontmoeting en uitwisseling tijdens de contactavond met ouders
januari
- 26-01-12 - Stadhouder Willem III uit Ede aan de pannenkoeken
- 26-01-12 - Nieuwe studentenhuisvesting voor Driestar Educatief
- 25-01-12 - Learning by doing
- 24-01-12 - Wie goed Engels wil geven, moet zelf ook goed Engels kunnen spreken
- 24-01-12 - Onderzoek rond ervaringen christelijke beroepsvorming
- 18-01-12 - Zelf het rekenonderwijs verbeteren
- 11-01-12 - Early English: Some Ideas
- 05-01-12 - ‘Docenten Engels: kies voor meet, muddle through en master’
