Prachtig, dat beroep van docent
Beste aanstaande collega,
‘Meneer, meneer, de rep bij wiskunde was echt vréselijk.’
‘Meneer, ik ben mijn schrift vergeten, mijn vriendin was jarig en toen – gezellig was het!’
‘Meneer, vandaag een beetje een leuke les, hè, niet weer de persoonsvorm enzo.’
‘Meneer, wanneer kijken we eens video?’
‘Meneer, mijn oma is gestorven en zaterdag zijn we nog geweest.’
Op de opleiding zijn het misschien nog ‘de’ leerlingen, maar zeker als je in het VMBO lesgeeft worden het ‘je’ leerlingen, die elk aandacht van je willen. Allemaal mensen met een eigen verhaal, achtergrond en beleefde schooldag. Een cursusleider zei eens over de docent in het algemeen: ‘Je hebt geen ordeprobleem. Ze schreeuwen om je aandacht.’ Het is duidelijk dat het bij deze leerlingen niet helpt om direct om stilte te vragen en te beginnen met – laten we een dwarsstraat nemen – de stam plus t.
Van jijzelf tot leerling
Prachtig, dat beroep van docent. Ik doe het intussen al een aantal jaren en nog steeds met heel veel plezier. Direct beginnen met een fulltime baan zonder enige ervaring (zoals ik deed) raad ik je niet aan, tenzij het echt niet anders kan. Het is een zeer actieve en energievragende baan, omdat je de hele dag honderd procent aanwezig moet zijn. Maar het is ook een energiegevende baan, als je leerlingen ziet genieten met elkaar en van je les.
Om mijn verhaal een beetje gestructureerd te houden, begin ik met het noemen van een groeimodel voor docenten. Beginnende leraren doorlopen namelijk het zogenaamde ZIL-model (Zelf – Inhoud – Leerling). Als docent ben je eerst met jezelf bezig. Als je die fase hebt gehad, ga je je vooral richten op de inhoud, de leerstof. En als je ook dat in de vingers hebt, ga je pas echt de leerling zien.
Aan de hand van dit model wil ik in dit artikel wat ervaringen met je delen, maar jou als toekomstige docent ook wat tips en aanwijzingen geven. Ik heb geprobeerd het wat algemener te maken dan mijn eigen verhaal, zodat ook jij er je voordeel mee kunt doen.
Zelf – Docent zijn of worden
Vooraf: werken in het onderwijs betekent werken met mensen. Als je dat niet kunt of wilt, kies dan een beroep dat bij je past maar kies dan niet voor het onderwijs, hoe enthousiast je ook bent voor je vak.
Door middel van vallen en opstaan leer je je eigen goede en slechte kanten kennen. Sta daarom altijd open voor begeleiding vanuit de school en zeg het gewoon als het niet gaat. Gebruik van alle tips die je krijgt alleen die tips die bij je passen. In de opleiding gaat het ook over leerstijlen. Pas die vooral toe op jezelf, zodat je weet op welke manier jij zelf leert.
Natuurlijk, er zijn natuurtalenten. Maar maak jezelf geen illusie dat jij dat bent, dan kan het alleen maar meevallen.
Inhoud – je vak of je leven
Hoe belangrijk jij je vak ook vindt en hoe belangrijk dat vak ook is, de leerling leert wat bij hem of haar aansluit. Sluit daarom altijd aan bij je leerlingen, zodat ze de nieuwe dingen die je ze aanleert, kunnen voegen aan de kennis die ze al hebben.
Ook dat is iets wat je niet direct geleerd hebt. Op de opleiding leer je de basisprincipes van je vak en van de didactiek, maar in de praktijk leer je het meest. Iemand zei me eens: ‘Wie mensen ontmoet, leert altijd.’ En als docent ontmoet je er elke dag velen.
En als je dan met je lessen klaar bent, ga je naar huis ... Nee, vergeet dat maar. Wat dacht je van leerlingbesprekingen, personeelsvergaderingen, sectievergaderingen, het ordenen van examendossiers, afspraken maken met een gepeste of pestende leerling, een cursusmiddag (en eventueel –avond). En dan thuis uitblazen … Toch niet met die vier repetities die nog nagekeken moeten worden en de rapportcijfers die nog ingevoerd moeten worden en soms ook nog een telefoontje van een ouder van een leerling uit je mentorklas over de beroepskeuze.
Een baan in het onderwijs is hectisch en geeft veel stress, zeker als je er zelf niet op let (maar ook als je er wel op let!). Je draait veel uren en daarvan zijn er vele ook heel intensief. Ook dat hoort bij de inhoud van het docentschap.
De leerling – je werk of je leven
Werken in het onderwijs, dat betekent genieten van mensen. Mensen die in het begin alleen een naam hebben, maar van wie je steeds meer de karakters leert kennen.
Werken in het onderwijs, dat betekent ook dat je mensen probeert verder te brengen in hun ontwikkeling op allerlei gebied.
Zo heeft de één heeft meer structuur nodig dan de ander. Je leert welk gedrag wel verdienste¬lijk is en welk gedrag juist niet. Ook leer je de kinderen het omgaan met elkaar. Dit pedagogische deel van je functie als docent is met alles verweven.
Verder is de één is slimmer, de andere wijzer, weer een ander lijkt dom maar blijkt weer veel andere talenten te hebben. Als docent probeer je de krachten in elk kind naar boven te brengen en de kinderen juist daarin te laten schitteren.
Het gaat dus vooral om de leerling. Maar ik heb als titel aan dit stukje ook meegegeven: je werk of je leven. Pas ook op dat je niet alle zorgen van hen meeneemt naar huis. Pas ook op dat hun problemen niet de jouwe worden. Houd je eigen grenzen tussen ‘je werk’ en ‘je leven’ goed gescheiden, want anders kost het jezelf. Dan levert het geen energie op, maar dan kost het energie. En aangezien je voor honderd procent aanwezig moet zijn, laat het gevolg zich raden.
Tot slot – volleerd of leerling
Veel is te leren, maar ik hoop oprecht dat je ook altijd leerling blijft. Niet alleen als docent, zodat je de leerlingen goed blijft begrijpen en ook zelf blijft leren, maar ook als mens ten opzichte van de Heere, zodat je het nooit alleen kunt.
Veel wijsheid toegewenst in je toekomst als docent en wie weet tot ziens als collega.
André van’t Hof
Docent Nederlands
Wartburg College, locatie Marnix in Dordrecht

