Ga direct naar
Inhoud

Stagelopen en afstuderen

Elk jaar loop je een aantal weken stage. Meestal gebeurt dat in blokken van twee aaneengesloten weken.

De héle basisschool leren kennen

In het eerste jaar ga je begin november al twee weken op stage. Je kunt dan de dingen die je tijdens de eerste lesperiode geleerd hebt direct in de praktijk toepassen. Later in het jaar ga je nog drie keer op stage. Daarin leer je de onder-, midden- en bovenbouw van de basisschool kennen. Halverwege het jaar en aan  het eind van het jaar wordt gekeken of dit beroep iets voor je is. Dit wordt natuurlijk ook met je besproken.

Ook in het tweede jaar ga je stagelopen door de hele basisschool: in onder-, midden en bovenbouw. In het derde leerjaar sluit je stage aan bij je leeftijdspecialisatie. Als je gekozen hebt voor het jongere kind, dan loop je stage één van de groepen 1 t/m 4, als je voor het oudere kind gekozen hebt, loop je stage in één van de groepen 5 t/m 8.

In pabo 4 doe je de lio-stage: je bent dan ‘leraar in opleiding’. Je hebt dan voor een langere periode (ongeveer 12 tot 15 weken) een groep onder je hoede en voert zoveel mogelijk alle werkzaamheden uit die bij het beroep van leraar horen. Je kiest zelf in welke groep en op welke school je deze stage uitvoert.

In het derde en vierde jaar kun je je ook oriënteren op het speciaal onderwijs. Dit kan een korte oriëntatie zijn, maar als het speciaal onderwijs iets voor je is, kun je er ook langer stage lopen en zelfs je lio uitvoeren.

De omvang van de stages is afhankelijk van de studieroute die je kiest: voor deeltijd en duaal is er minder stage, de studenten die de vwo-route kiezen lopen het eerste jaar meer stage.

Studieloopbaanbegeleider

De stage wordt begeleid door je eigen studie-loopbaan-begeleider (slb’er). Hij of zij komt bij je langs op de stageschool, observeert als jij lesgeeft, bespreekt de les met je na, leest je portfolio over de stage en helpt je de nieuwe stageperiode voor te bereiden. De slb’er houdt ook je studieresultaten in de gaten. Mochten er om wat voor reden dan ook problemen ontstaan, dan is de slb’er de eerstaangewezen persoon om dit te bespreken.

Afstudeeropdrachten

In het vierde jaar voer je ook twee afstudeeropdrachten ut. Eén daarvan is meer theoretisch en hoort bij de persoonlijke vorming (leerlijn 1), de andere is gericht op de het werk op de basisschool. Afhankelijk van de minor die je gekozen hebt, ontwerp je onderwijs (bij bijvoorbeeld exemplarisch onderwijs), stel je een plan op om kinderen te helpen (bij bijvoorbeeld de minor zorg) of voer je een onderzoek uit naar een bepaalde didactiek (bij bijvoorbeeld rekenen).





Snelkoppelingen