De deuren gaan open, de busjes stoppen bij de school. Steeds meer leerlingen komen het schoolplein op. Dan klinkt de bel; het geluid gonst om me heen. Tassen worden weggezet, jassen worden opgehangen. Stoelen worden opgezocht en langzaam daalt de stilte neer in het lokaal. De leerkracht loopt rond; geeft de ene een schouderklopje en de ander een knipoogje. Er komt rust in het lokaal, maar nog niet in ieders hoofd.
Soms klinkt er even een korte snik, een onbeheerste kreet of het tikken van een voet. Ik zie hoe de leerkracht de leerlingen kent. Vol vertrouwen buigen ze zich naar hem over: sommige met ogen vol vragen, andere met een stralende lach. Allen worden gezien. Allen worden gehoord.
De dag begint met Gods Woord. De Bijbel gaat open, de psalm wordt opgezocht. Dan hoor ik de stemmen: ‘Geloofd zij God met diepst ontzag, Hij overlaadt ons dag aan dag, met Zijne gunstbewijzen.’ De klanken buitelen over elkaar heen, eerst zachtjes dan steeds ietsje harder. Ik kijk naar de kinderen en ik zie hoe ogen stralen. Ik hoor hoe stemmen jubelen.
Sommige stemmen schieten alle kanten op. Omhoog, omlaag. Of slaan over. Mijn hart stroomt over. Het geluk is zichtbaar, voelbaar aanwezig. ‘Die God is ons een God van heil, Hij schenkt Zijn goedheid zonder peil...’ In de diversiteit van de stemmen zie ik glimpjes van genade. De overgave, de toewijding en de liefde blinken uit. Ik voel me klein worden; Gods grootheid klinkt.
De dag vult zich verder met lesstof. Ik zie hoe de leerkracht de lesstof praktisch maakt. Rekenen gebeurt met concreet materiaal want maatbekers worden gevuld en de weegschaal wordt gebruikt. Er wordt gevoeld, gewogen, gedacht en gedeeld. Hoeveel is een liter? Hoe zwaar een kilo? Het denken vraagt energie en aandacht. Ook hierin merk ik veel verschil, maar het mag er zijn. In deze school is niemand te dom, te moeilijk, te anders. Waar problemen zijn, wordt gezocht naar oplossingen.
Tijdens taal wordt er hard geoefend met omschrijven. Om de beurt wagen de leerlingen een poging. Soms stotterend, hakkelend, soms onverwacht een vloeiende zin. Ik zie hoe een leerling met rode wangen zijn hoofd buigt. Een andere leerling buigt voorover, legt haar hand voor haar mond. Ze fluistert met twinkelende ogen.
Zijn hoofd gaat omhoog en stralend klinkt het antwoord. Ik kijk naar de kinderen in de klas. Ze leren om te gaan met diversiteit. Ze leren om rekening te houden met verschillen. Samenwerken, geduld, vertrouwen en onvoorwaardelijke liefde. Belangrijk om te leren. Voor hen. Voor mij. Hun gedrag is een spiegel waarin ik mezelf tegenkom en waarin ik hun steeds beter leer te begrijpen.
Wat een speciale dag in het speciaal onderwijs. Veel waardevolle momenten. Wijze woorden, eenvoudig verwoord. Grote vorderingen in kleine stapjes. Vol verwondering denk ik terug. Het zingen zal ik niet snel vergeten, want ‘Die God is onze zaligheid; Wie zou die hoogste Majesteit. Dan niet met eerbied prijzen?’