Recent sprak ik een bevriende theoloog over onder andere mijn werk op school en de uitdagingen die daaraan verbonden zijn. Hij vroeg of ik die dag wel voldoende genoten had van mijn baan. Ik moest er even over nadenken. Hij vertelde het verhaal van zijn vader, die met de hand de heg knipte, na afloop van het opruimen de emmer omkeerde, er rustig op ging zitten en al pijprokend het resultaat in ogenschouw nam. Geniet ik eigenlijk wel voldoende van mijn werk en hoe verhoudt dat genieten zich tot de druk om steeds beter te presteren?
Die vraag bleef bij mij hangen toen ik kort daarna een college mentoraat mocht geven aan LVO-studenten van Driestar hogeschool in het laatste jaar van hun opleiding. Mooi om te doen!
De voorbereiding leidde tot bezinning ten aanzien van herbergzaam mentoraat. Ik raadpleegde het Verus-boek Onderwijs voorbij de meritocratie nog eens. Het boek legt de vinger bij de maatschappelijke obsessie ten aanzien van presteren. Individualisme, competitie en gelijkheid staan centraal. Het onderwijs dreigt zo een sorteermachine te worden voor de meritocratische samenleving.
De vraag drong zich bij mij op hoe zich dit verhoudt tot de focus van herbergzaam onderwijs op de docent in het omgaan met leerlingen met moeilijk gedrag. Zijn we toch niet meritocratisch bezig op leraarsniveau -zij het onder de camouflage van herbergzaamheid- om de docent beter te laten presteren?
Zachtmoedig
Onwillekeurig verbond ik bovenstaande twee ervaringen aan elkaar. De theoloog van de eerste ervaring hielp mij hierbij. Hij wees op het woord ‘zachtmoedig’, zoals dat in het Evangelie naar Mattheüs voorkomt, een ‘zegenrijke combi van zacht en moedig'.
Het Hebreeuwse woord heeft de connotatie van gebogenheid over iemand heen, om hem op te rapen, om haar te laten groeien. Denk aan de woorden uit Psalm 18 vers 36: ‘… en Uw zachtmoedigheid heeft mij groot gemaakt.’ Bedoeld wordt een Goddelijke eigenschap die leidt tot geestelijke rijping: Wat ik geworden ben, heb ik te danken aan Gods zachtmoedigheid, waarbij in plaats van een trap na en ‘met jou ben ik klaar’ juist Jezus' voorbeeld als dé Zachtmoedige richtinggevend is.
Vanuit het Grieks duiken twee woorden op als behorend bij zachtmoedigheid: mild én eerlijk, zacht én moedig. Dus niet conflictmijdend en niet ongezouten, maar leerlingen en volwassenen genadig de waarheid zeggen met het verlangen dat de ander wijzer wordt en erdoor groeit. Dat is niet voor watjes, dat vraagt moed: de moeite nemen vanuit liefde, eerlijk zijn, het niet laten lopen, de ander barmhartig vooruithelpen, bidden voor en bidden met de ander. Voor dergelijke vormen van herbergzaamheid is veel Geest van God nodig. Dan worden we met elkaar gezegend.
Gericht op God en de ander
Misschien heb ik die bewuste werkdag wel onvoldoende oog gehad voor de mogelijkheden mijn door Gods gegeven gaven in te zetten voor collega’s en leerlingen, zodat zij op hun beurt konden groeien en uitdelen.
Herbergzaam onderwijs vraagt om een zachtmoedige houding: gericht op God en op de ander. Niet omdat het leven een wedstrijd is, maar omdat we mogen dienen in Gods kracht. Misschien mogen wij daarom af en toe, net als die vader na het knippen van de heg, even gaan zitten en dankbaar zien wat God onder onze handen heeft laten groeien.
Herbergzaam onderwijs
Het onderzoek binnen het thema herbergzaam onderwijs is erop gericht om scholen inclusiever te laten werken en handelen. Leraren worden dagelijks voor de uitdaging gesteld om te kunnen omgaan met een grote diversiteit tussen de leerlingen die zij in hun klas hebben.
Lees meer